Bevindingen Rechtbank dd 2008 12 18

Rechtscollege beraadt zich over uitspraak

Valutering breed probleem

 Stichting Bankrente Terug - De comparitie tussen de ABN AMRO bank en de Stichting Bankrente Terug levert in de eerste instantie wachttijd op. Vonnis is gesteld op 18 februari. Gevraagd is een principe uitspraak over de rechtmatigheid van valutering zoals de ABN AMRO Bank deze toepast.

 Tijdens de rechtszaak bleek valutering hernieuwd een ingewikkeld probleem. Zelfs de 4 juridisch medewerkers van de ABN AMRO Bank gaven desgevraagd ten aanzien van overboeken, verevenen en bijboeken een andere werkvolgorde op dan in praktijk wordt gehanteerd. Precies het pijnpunt dat de klant van de bank het meeste geld kost. Of, anders gezegd, de bank het meeste geld oplevert.

 Inzet was en is valutering in al haar facetten. De Stichting Bankrente Terug ageert tegen valuteren als manier van de bank om haar kosten te dekken. Redenen daarvoor zijn het gebrek aan transparantie en de aan valutering verbonden renteverschuivingen. Vooral het laatste aspect kan klanten van de Bank tot honderden euro's voor een enkele transactie kosten. Kort gezegd wordt een bedrag dat binnenkomt op de bankrekening een dag later gevaluteerd, terwijl afschrijvingen met terugwerkende kracht een dag eerder worden gevaluteerd. Zo zien klanten die een groot bedrag binnenkrijgen en dat meteen doorboeken zich geconfronteerd met minimaal 2 dagen debetrente, meestal berekend tegen de dagrente plus 12 %.

 De ABN AMRO Bank voerde vooral verweer ten aanzien van De Stichting Bankrente Terug als zijnde een niet representatieve partij. En gaf verder aan dat valutering al decennia lang op dezelfde wijze plaats vindt. De Stichting Bankrente Terug schrok daar wel even van. Want dat zou betekenen dat al die tijd de bankrelaties al oneigenlijk extra kosten betalen. Onzichtbaar. Want deze hele zaak komt aan het rollen door internet-bankieren. Daardoor ziet de rekeninghouder direct wanneer een bedrag op de rekening is bijgeschreven en denkt daar meteen over te kunnen beschikken. Fout dus, volgens het juridisch team van de ABN AMRO. Dat bedrag is er slechts fictief. En het feit dat het duidelijk in beeld staat zegt niets.

 Als extra motivatie gaf de ABN AMRO verder aan dat de bank inkomsten uit valutering nodig heeft omdat Nederland Europawijd bezien de laagste bankkosten voor haar rekeninghouders hanteert. Waarbij overigens aan het feit voorbij wordt gegaan dat de banken die geen valutering hanteren geen hogere, soms zelfs lagere, kosten aan hun rekeninghouders doorberekenen dan de ABN AMRO. Voor de Stichting Bankrente Terug is het simpel zo dat het een eenzijdige en versluierde wijze is om kosten te heffen. De bankrekeninghouders werden tot voor kort niet door de banken geïnformeerd over het verschijnsel. En nu dat wel het geval is blijft het onduidelijk wat er wordt betaald en waarvoor. Niets van de inkomsten van valutering zijn terug te vinden onder de post kostendekking bij de bank. Simpel gezegd, als er bij de supermarkt iets wordt gekocht dan staat bij elk product een prijs en kan de consument vooraf kiezen voor de verhouding tussen inhoud, kwaliteit en prijs. Bij valutering bepaalt de bank welk bedrag de relatie betaalt en dat is dan ook nog eens onafhankelijk van de dienst. Zelf houdt de ABN AMRO de landelijke inkomsten van het McKinsey rapport aan ad 60 miljoen in 2005. Haar eigen inkomsten gaf ze nog nooit vrij evenmin als deze inkomsten vermeerderd met creditrente gecreëerd door valutaire roodstand. En dit laatste is nu net wat de miljarden laat binnenlopen.

 De driemanschap aan rechters twijfelde over de juridische status van het verschuiven van de rentedatum dat de ABN AMRO als natuurlijk onderdeel van valutering hanteert en zelf omschrijft als "valutaire roodstand". Het college vroeg zich af of dat eigenlijk niet een apart onderdeel is. Het gaf tijdens de zitting de Stichting ook de mogelijkheid om te overleggen of de aanklacht niet veranderd moest worden om juist dat onderdeel te bestrijden in plaats van valutering in zijn geheel.

 Waar de Stichting constateert dat valutaire roodstand door de ABN AMRO Bank als uitvloeisel van valutering tot stand komt en zonder valutering niet zou bestaan werd tijdens de zitting besloten om de aanklacht bij het oude te houden. Samengevat komt het er op neer dat de rechters besluiten of de Stichting Bankrente Terug als partij waardig is deze rechtszaak te voeren, of valutaire roodstand juridisch bezien onderdeel is van valutering en vervolgens of valutering al dan niet rechtmatig is.

Vonnis volgt 18 februari 2009.


terug naar overzicht